Met A Knight of
the Seven Kingdoms slaat HBO een opvallend andere toon aan binnen het
universum van Game of Thrones. Wie de eerste afleveringen ziet, merkt
het meteen: dit is geen serie die van koningshuis naar koningshuis springt of
de ondergang van de mensheid in de etalage zet. A Knight of the Seven Kingdoms speelt zich ruim een
eeuw vóór
Game of Thrones af en ongeveer 72 jaar na
House of the
Dragon. De Targaryens zitten nog altijd op de IJzeren Troon, maar draken
zijn er niet meer. Westeros is daardoor minder mythisch, minder bombastisch,
maar zeker niet minder gevaarlijk. Juist in die relatieve rust kiest showrunner
Ira Parker voor een andere schaal.
“We hebben niet die rondzwervende epische schaal waarbij we
van familie naar familie gaan, met doden die de mensheid komen uitroeien en
draken die over het slagveld vliegen”, legt hij ons uit. “We volgen één man,
een paar paarden en wat mooie bomen.”
Centraal staan Ser Duncan the Tall, gespeeld door Peter
Claffey, en zijn jonge schildknaap Egg, vertolkt door Dexter Sol Ansell, bekend
uit de Dunk and Egg-verhalen van George R.R. Martin. In plaats van een groots
en episch verhaal blijft de camera dicht op de huid. “Het was voor ons heel
belangrijk dat het aards zou aanvoelen”, zegt Parker. “We volgen het verhaal
van één persoon, bekijken alles door zijn ogen en proberen strikt vast te
houden aan dat perspectief.”
Dat vasthouden aan één blikpunt blijkt geen loze belofte.
Zelfs in de visuele keuzes is Dunks perspectief heilig. “We gebruiken geen
dronebeelden in de serie. Helemaal niets”, benadrukt Parker.
Hij sluit niet uit dat zulke shots ooit ingezet zouden
kunnen worden, maar voor het eerste seizoen gold één duidelijke regel: “In onze
beeldtaal willen we dat het publiek alles voelt wat Duncan op dat moment
voelt.” Wanneer Dunk tijdens een toernooi ridders op elkaar ziet inrijden, moet
de kijker diezelfde spanning ervaren. “Als hij die ridders in volle vaart op
elkaar ziet afstormen in de arena, willen we dat hij bang is.” De ridders mogen
er indrukwekkend uitzien, “we willen dat ze zo imposant mogelijk ogen”, maar de
beleving blijft die van één man.
Die fysieke nabijheid wordt nog concreter in Parkers
beschrijving van specifieke scènes. “Als Dunk in de modder ligt, willen we het
zand onder zijn nagels voelen.” Niet alleen zien, maar echt ervaren. “Als hij
in die helm zit, willen we voelen hoe zwaar zijn ademhaling is en hoe hard zijn
hart klopt.” Parker is daar helder over: “Dit zijn geen comfortabele momenten.”
Zelfs in ogenschijnlijk lichte scènes draait het om de directe
beleving. “We willen al zijn ongemak voelen”, zegt Parker. Niet omdat het
komisch moet zijn, maar omdat het menselijk is.
Toch erkent hij dat beeldtaal grenzen heeft. “Met alleen
visuele middelen kun je uiteindelijk maar zoveel doen”, geeft hij toe. De
innerlijke monoloog van Dunk is in de oorspronkelijke novelles immers cruciaal.
Precies daar, zegt Parker, maakt Peter Claffey het verschil. “Als Peter Claffey
niet elke dag op de set was verschenen en met zijn lichaamstaal, zijn ogen en
zijn eigen gevoel voor humor zoveel had gecommuniceerd, hadden we Dunks
innerlijke monoloog nooit tot leven kunnen brengen.” Dat is volgens hem geen
detail. “Dat is natuurlijk van groot belang voor deze serie.”
Met Ira Parker krijgt de franchise een andere kleur. Minder
luchtshots. Minder spektakel. Of zoals Parker het zelf samenvat: het draait
niet om draken of grote legers. “Uiteindelijk komt alles terug bij Dunk en zijn
perspectief.” Precies daar vindt deze prequel zijn eigen kracht.
A Knight of the Seven Kingdoms is nu te zien op
HBO
Max. Bekijk hieronder de officiële trailer.
Blijf op de hoogte van jouw favoriete films en series
Heb je genoten van dit artikel? Trakteer ons dan op een
(virtuele) koffie of
steun
The Nerd Shepherd door ons te
volgen op
Facebook,
X,
Instagram en
Google
Nieuws! Voor de laatste updates over je favoriete films, series en games,
word lid van onze
Facebook-groep.
Zo mis je geen enkel nieuwtje!