Met een titel als Teenage Sex and Death at Camp Miasma
verwacht je geen fijnzinnig psychologisch kamerspel. Je verwacht hitsige
tieners, liters nepbloed en iemand met een belachelijk groot moordwapen.
Regisseur Jane Schoenbrun (I Saw the TV Glow) levert die ingrediënten
ook wel, maar verstopt ze onder zoveel ideeën, analyses en zelfbewuste knipogen
dat je geregeld verlangt naar een ouderwets simpele bijl in een hoofd.
Hannah Einbinder speelt Kris Williams, een queer filmmaker
die de fictieve jaren tachtig-slasher Camp Miasma nieuw leven moet
inblazen. De ooit populaire franchise is inmiddels behoorlijk problematisch
bevonden, dus Hollywood wil uiteraard een reboot: minder fout, meer verantwoord
en bij voorkeur voorzien van voldoende hedendaagse inzichten om niemand tijdens
de vergadering nerveus te maken.
Kris heeft een ander plan. Ze wil Billy Presley terughalen,
de beroemde final girl uit het origineel. Billy wordt gespeeld door Gillian
Anderson, die zich gelukkig weinig aantrekt van de rest van de film en gewoon
besluit lol te hebben. Ze woont als een uitgerangeerde Norma Desmond in een hut
op de verlaten filmset, rookt wiet, koestert haar eigen legende en beweert dat
seriemoordenaar Little Death misschien helemaal niet zo fictief is.
Anderson redt wat er te redden valt
Vanaf dat moment zou Camp Miasma heerlijk kunnen
ontsporen. Er is seks, er is een moordenaar en Little Death is uiteraard ook
een verwijzing naar een orgasme. Voor wie die grap niet meteen begrijpt, geen
zorgen: deze film vertrouwt er geen seconde op dat je zelf iets doorhebt.
Billy vindt dat Kris te veel nadenkt en te weinig voelt.
Horror draait volgens haar om “vlees en vloeistoffen”. Kris moet haar analyses
parkeren en zich eindelijk eens aan haar verlangens overgeven. Een prima
uitgangspunt, ware het niet dat de film zelf precies dezelfde kwaal heeft als
Kris: zij kan werkelijk niets laten gebeuren zonder er vervolgens uitgebreid
over na te praten.
Anderson is gelukkig een feest om naar te kijken. Met haar
overdreven zuidelijke accent, verleidelijke blikken en grote gebaren maakt ze
van Billy een wandelende cultfilm. Naast haar oogt Einbinder bewust nerveus en
hoekig, wat goed werkt. De seksuele spanning tussen de twee is zelfs behoorlijk
overtuigend. Jammer genoeg is die ook spannender dan vrijwel alles wat met de
vermeende seriemoordenaar te maken heeft.
VHS, bloed en jeugdzonden
Visueel weet Schoenbrun precies welke knoppen moeten worden
ingedrukt. VHS-banden, aftandse decors, oude merchandise en lekker goedkope
gore geven Camp Miasma een overtuigend nepverleden. Je ruikt bijna de
videotheek waar de horrorhoek achter een kralengordijn verstopt stond.
Een flashback waarin de jonge Kris de film ontdekt, is zelfs
even raak. Niet omdat iemand uitlegt wat
horror betekent, maar juist omdat dat
níét gebeurt. Je voelt dat vreemde mengsel van fascinatie, ongemak en opwinding
wanneer je als kind iets ziet waarvoor je eigenlijk jaren te jong bent. Het is
een van de weinige momenten waarop
Camp Miasma gewoon op zijn eigen
beelden durft te vertrouwen.
Al snel wordt de metaforische markeerstift weer uit de la
gehaald. Kris praat over horror alsof ze aan het einde van de film mondeling
examen moet doen. Verlangen, identiteit, representatie, nostalgie, geweld, de
blik van de kijker: werkelijk ieder thema krijgt netjes een naamkaartje
opgespeld. Wanneer Kris opmerkt dat het voelt alsof er een jumpscare zou moeten
komen, is dat best grappig. Het probleem is alleen dat je op dat moment vooral
denkt: ja, graag zelfs.
Minder uitleg, meer moorden
Dat is uiteindelijk de frustratie van Teenage Sex and
Death at Camp Miasma. De film kent alle regels van het slashergenre, weet
hoe belachelijk die regels zijn, begrijpt wat ze cultureel betekenen en kan
daar vermoedelijk een uitstekende podcast van zes afleveringen over maken.
Alleen vergeet hij ondertussen een goede slasher te zijn.
Zelfbewustzijn is leuk totdat een film voortdurend naast je
op de bank komt zitten om uit te leggen waarom de scène die je zojuist zag
eigenlijk heel slim was. Schoenbrun vertrouwt haar ideeën wel, maar haar
publiek nauwelijks. Daardoor worden scènes die lekker smerig, spannend of geil
hadden kunnen zijn steeds weer afgeremd door de behoefte om er betekenis aan te
geven.
En dat is extra zonde omdat de film genoeg heeft om mee te
spelen. Gillian Anderson is heerlijk losgeslagen, het decor ademt goedkope
jaren-tachtighorror en de chemie tussen haar en Einbinder werkt. Maar Little
Death zelf? Die zou in zijn eigen slasher waarschijnlijk na twintig minuten
worden ontslagen wegens gebrek aan productiviteit.
Veel seks, weinig doodsangst
Teenage Sex and Death at Camp Miasma wil tegelijk
slasher, satire, queer verlangen, Hollywoodkritiek en filmessay zijn. Af en toe
levert dat iets geestigs of verleidelijks op, maar veel vaker krijg je het
gevoel dat je naar een horrorfilm kijkt die stiekem liever een proefschrift was
geweest.
Anderson zorgt ervoor dat de boel niet helemaal bezwijkt
onder het gewicht van zijn eigen slimheid. Zij begrijpt namelijk iets wat de
film zelf regelmatig vergeet: soms moet je niet analyseren waarom iemand met
een gigantisch mes door het bos rent. Soms moet diegene gewoon steken.
★★½☆☆☆
Teenage Sex and Death at Camp Miasma draait nu in de bioscoop. Bekijk hieronder de officiële trailer.
Blijf op de hoogte van jouw favoriete Netflix-films en
-series
Heb je genoten van dit artikel? Trakteer ons dan op een
(virtuele) koffie of
steun
The Nerd Shepherd door ons te
volgen op
Facebook,
X,
Instagram en
Google
Nieuws! Voor de laatste updates over je favoriete Netflix-series, word
lid van onze
Alles
over Netflix Facebook-groep. Zo mis je geen enkel nieuwtje!